Manu Parc, Jungle bij Cusco
Het is inmiddels stikdonker en doodstil. Eén kaarsje op de tafel en een led-hoofdlampje om het blocnootje te beschijnen. Het is 6 uur en we zitten in een "lodge" ergens midden in de jungle, We willen onze belevenissen van de laatste drie dagen toch in telegramstijl op papier zetten. We maken zoveel mee op weg naar het diepst van het regenwoud dat we bang zijn het niet meer allemaal te kunnen herinneren als we het blog schrijven.
We hebben een beetje halsoverkop het besluit gemaakt om, na een dag verblijf in Cusco, met een groep van 3 man, dus nu 5, een 7-daagse tocht naar het regenwoud te maken. Hierdoor konden we flink afdingen op de toch nog steeds onbehoorlijke prijzen die ze vragen.
Achteraf zeg ik dat het een prachtige tocht was, primitief maar best goed verzorgd. Als je het echt wilt moet je het gewoon doen. Maar prijzen tot 1200 euro (!) die gevraagd worden, passen niet bij hetgeen geleverd wordt. En laat je niet voor de gek houden: ze betalen slechts 55 $ pp entree aan het park. Als je gaat probeer dan uit te zoeken of het droog blijft. Wij hoorden van reizigers die alleen maar regen gehad hebben en dat is echt niet leuk.
dag 1: Afdalen naar de jungle
Om kwart over zes haalt de bus ons op bij het hostel. Vroeg ja, maar dan kunnen we vast wennen aan het opstaan voor het eerste ochtendgloren. De bus is gevuld met een groep, die een vierdaagse jungletocht gaat maken en onze groep voor de zevendaagse tocht. Nieuwsgierig vragen we ons af wie onze groepsgenoten voor de komende week worden.
Het national park is onderverdeeld in 3 zones en de 4-daagse tocht komt alleen zone C, een buffergebied met veel verschillende van inheemse "overgelopen" stamleden in kleine dorpen en touristenlodges. Wij zullen veel verder doorvaren naar zone B, bedoeld voor toeristen en onderzoek. Hier gelden strenge parkregels. Zone A is het hart van het park en maakt er het grootste deel van uit. Deze zone mag niet bezocht worden.
Het wordt een lange maar leuke busrit, zeker door de vele stops die we maken. Al snel houdt het asfalt op en zullen we urenlang over een onverharde, redelijk smalle weg door de bergen hobbelen. Het is wel de bedoeling, dat deze weg ooit nog eens geasfalteerd gaat worden maar de regering komt niet over de brug met subsidiegelden.
De eerste ontbijtstop is in een authentiek en levendig bergplaatsje. De inwoners lopen hier zowat allemaal in fleurige klederdracht, ook de jonge vrouwen.
Het begint te regenen en de gids kijkt bezorgd: als dit maar niet de hele week aanhoudt!
We krijgen uitleg bij chullpa's, dat zijn bakstenen torens, waar pre-Inca volkeren vroeger hun doden in begroeven. Later stoppen we bij een andere interessante plaats maar de stortregen dwingt tot een kort bezoek.
Bij de ingang van het park , boven op de laatste pas, is een uitzichtpunt, vanwaar we zicht hebben op het zgn. cloudforest en rainforest. Gelukkig blijkt er vanaf hier geen druppel regen meer te vallen de rest van de week. Het cloudforest ligt nog in lagere bergen en de vegetatie bestaat uit struiken en lage bomen, hier en daar met prachtige, felgekleurde bloemen. In het cloudforest, de naam zegt het al, trekt veel nevel omhoog en vormt daar laag hangende bewolking. Vanaf hier dalen we af over een smalle weg met diepe afgronden. Bij sommige slechte wegdelen houden veel deelnemers de adem hoorbaar in, om daarna opgelucht een zucht te slaken. 'O, my god', kreunt de keurige jongedame uit Londen voor me regelmatig. Ze zal de arm van haar man wel blauw geknepen hebben.
Die afdaling is ook fors: van 3400m in Cusco naar 900m bij de eerste stop en de volgende dag zullen wij verder afdalen naar ca. 400m. We kunnen weer gemakkelijk ademhalen.
Iets verderop maken we een wandeling over de weg en zien de eerste doodhoofdaapjes van tak naar tak slingeren. Sommigen komen tot op slechts 5 meter afstand, dus we kunnen ze goed zien. Prachtig, de moederaapjes met een baby-aapje op de rug. Ook zien we veel fel gekleurde vogels: de cock of de rock, dat is de nationale vogel van Peru, makay's, papegaaien en luidruchtige parkieten.
Tegen de avond, het wordt binnen 20 minuten donker, draait de bus een klein weggetje in en we stoppen bij een gebouw.We moeten in actie komen zoals dat hoort bij een avontuurlijke reis. Met de bagage op de rug lopen we een stuk door het bos. Het paadje stopt bij een brede, woest kolkende rivier. Er hangt een staaldraad boven en ja hoor, we moeten met twee tegelijk plus de bagage op een houten plateautje plaatsnemen. Vervolgens worden we via de draadkabelbaan over de rivier geslingerd! Het helpt wel om je diep in de jungle te voelen. Hierna bereiken we al gauw onze keurige lodges. Gauw onze zaklampjes pakken, want het wordt snel donker en er is hier geen electrisch licht. Glas zit er niet in in onze houten huis-op-een-plateautje. Nergens voor nodig, want het is niet bepaald koud hier. Het gaas en de klamboe boven het bed zijn wel noodzakelijk om de musquitos enigzins op afstand te houden. Ruiten zijn vervangen door gaas. Na het gezamenlijke eten ligt iedereen al snel onder de klamboe.
Dag 2: verder met de boot
's Morgens heel vroeg samen met de gids vogels kijken. Ik vind het al geweldig om naar de junglegeluiden te luisteren en naar het oerwoud om ons heen te kijken.
Via het draadkabelbaantje steken we de rivier weer over en reizen verder per bus. Inmiddels bereiken we het platte regenwoud. We bezoeken een dorp met voormalige 'native people', inboorlingen dus. In het regenwoud leven veel verschillende groepen. Sommigen willen wel contact met de bewoonde wereld, anderen niet. De mensen leven hier, tenminste in onze ogen, redelijk primitief. Maar ze hebben wel weer zowat allemaal een schotelantenne op hun dak. Soapseries schijnen erg populair te zijn. 's Avonds is er een paar uur stroom, precies goed om tv te kijken. Moet het niet heel erg vreemd voor deze mensen zijn om via de tv te zien hoe de westerse wereld leeft? Maakt dat ontevreden en betekent dat ook, dat hun leefgewoonten in snel tempo zullen veranderen?
Daarna bezoeken we een opvangcentrum voor wilde dieren. Een makke tapir staat ons al bij de ingang op te wachten. En ja hoor, hij wil graag geaaid worden. Dat geldt ook voor de aapjes. Grote papegaaien poseren op onze schouder voor een spannend fotootje. Deze dieren leven hier niet in gevangenschap maar worden hier gebracht om aan te sterken en ze zullen het opvangcentrum uit zichzelf verlaten, zodra ze voldoende zijn opgeknapt.
Achter dit rescuecentrum bezoeken we een kleine coca-bladeren plantage (die zijn hier legaal).
We bereiken in Shintuya de boten. Tot zover de bus, de weg houdt zowat op te bestaan, de rest van de reis gaat over de rivier. De boot is een heel lang uitgerekte sloep, breed genoeg om met 2 of 3 personen naast elkaar te zitten, voorin wat ruimte voor een reserve motor dan drie bankjes voor ons, vevolgens een groot deel voor alle spullen en dan twee bankjes vooor het personeel. Een 60 PK buitenboordmotor gaat ons een stevige snelheid geven.
We nemen afscheid van de groep van de 4-daagse tocht en stappen met z'n vijven, Keti, onze gids, de kok en een heleboel bagage in onze boot.
We treffen een enthousiaste gids. Keti spreekt redelijk goed Engels en vertelt deze week veel over de flora, de fauna en de inheemse stammen in het regenwoud. En natuurlijk hebben we het ook regelmatig over het leven in Peru en de gewoontes van Peruanen.
Daarnaast hebben we een kapitein, ' El kapitano' gedoopt en bootsman Juan Carlos, die ook helpt bij het opdienen van de maaltijden. Beide mannen behoren tot een inheemse stam. Ze spreken Quetchua, weinig Spaans, laat staan Engels. Maar ze lachen zowat altijd en ze zijn bijzonder vriendelijk en behulpzaam.
We varen in ca. 5 uur(!) naar de lodge in het inheemse dorpje Boca Manu. De boot wordt afgemeerd en wij mogen naar de lodge lopen. Maar hoe? Er is wel een houten trap maar die begint ergens halverwege de steile oever van een meter of 7. Dat wordt dus met bagage op de rug flink klauteren tegen de oever op. De stam in dit dorp heeft pas sinds eind jaren negentig contact gewild met andere mensen en dat is ook wel te merken aan veel inwoners. Ze negeren ons of zijn heel stug. Maar anderen groeten wel weer heel vriendelijk.
Cesar, de beheerder van de lodge, doet open. Hij blijft de rest van de week bij ons, vooral om de lodges voor ons in orde te maken en, tot onze verbazing, de paden rond de lodges met een bezempje van blaadjes schoon te vegen. En dat midden in het oerwoud! Wij hadden liever gehad, dat Cesar meer tijd had geïnvesteerd in het schoonhouden van het toch al povere sanitair, maar ja, normen verschillen. Overigens loopt Cecar de hele week altijd en overal op blote voeten, een echte oerman, met enkele missende tanden.
De lodge in Boca Manu is voorzien van redelijke douchecabines en toiletten, zoals we die ook op campings tegenkomen. Heel aardig als er ook nog ietsje water uit de douchekop was gekomen in plaats van het druppel-ministroompje, waar we het mee moeten doen. Dan maar niet douchen.
Aan tafel vertelt Keti uitgebreid over de naked people, een agressieve inheemse groep, die absoluut geen contact wil met andere mensen. De consequenties voor onze jungletocht blijken groot: Ze verteld ons nu dus pas dat er in mei jl. naked people, drie vrouwen, in het kamp geweest zijn. Zij hebben het enige waarin ze geïnteresseerd zijn, gestolen van de kok: de potten en pannen.
Het gevolg voor de jungletochten is dat het kamp tijdelijk gesloten is geweest inclusief alle junglepaden. De parkbeheerders (rangers) hebben het kamp vrijgegeven maar de paden nog niet. Dit houdt in dat we onze vroege en late beesten-zoektochten rond de lodge op onze buik kunnen schrijven. Dat hebben ze bij de travelwinkel dus mooi niet gezegd.
Het dorp heeft stroom van een generator tussen zes en tien uur. Ruim voor tien uur liggen wij onder de klamboe.
dag 3: niet zonder gevaar.
Na een heerlijk ontbijtje vertrekken we weer bepakt en bezakt naar de boot. Het is trouwens onvoorstelbaar wat 'de crew' allemaal meesleept tijdens deze reis: eten voor zeven dagen, pannen en servies voor het kamp, beddengoed, heel veel water. Alles in kartonnen dozen en manden, ze lopen een paar keer op en neer tussen de lodge en de boot. En geen enkele lodge ligt naast de rivier!
Na een uur of zo raken we de bodem van de rivier, dat is niet vreemd want de brede rivier kent nu een heel lage waterstand en El Capitan moet van links naar rechts over de rivier slingeren om de stroomversnellingkjes uit te kiezen. Probleem is nu dat de aandrijvingskoppeling naar de schroef afbreekt en we dus stilliggen.
Snappen we meteen waarom de touristenboten verplicht zijn om een tweede motor mee te nemen.
Om het kamp te bereiken, moeten we met laarzen door water en modderig slik lopen, daarna nog een bospad omhoog. We slapen in een vierkante, permanent opgebouwde tent, ook weer voor de helft voorzien van gaas, waar je dwars doorheen kijkt. De tent staat op een plateau om de dieren buiten de deur te houden. Geen stroom uiteraard, hier moeten we het doen met onze zaklantaarn en hoofdlampje en een kaars in de tent. Douchen kan wel maar zoals in elke lodge met koud water. Aangezien het bloedheet is, is dat ook niet zo onaangenaam.
Vlak voor het donker wordt, maken we toch nog een illegaal wandelingetje over een van de trails rond het kamp.
Diner bij kaarslicht, hoe romantisch! Na het eten kunnen we nog een nachtwandeling maken om dieren te spotten. Wat zijn er een hoop vreemde geluiden in een oerwoud.
dag 4: Reuzenotters en bloedhete wandeling.
Vanochtend moeten we al om 7 uur bij een oude rivierarm zijn om op zoek te gaan naar de reuzenotter, dat betekent al voor 6 uur weg.
Na een wandeling van een kwartier komen we bij een soort catemaran-vlot aan dat van bankjes is voorzien en met paddles vooruitbewogen moet worden.
Heel langzaam varen we verder, en ineens geluk: we zien twee koppies boven water uitsteken. Ze zien ons niet en doodstil volgen we ze stiekem. Ze verraden ons waar hun nest zit. We raken ze kwijt , maar waarempel er komt een hele famillie uit het nest gekropen. Ze vissen, spelen en wassen elkaar, zwemmen steeds een stukje verder en we volgen heel stilletjes. Wat hebben we de gewoontes van deze otters goed kunnen zien. Na drie kwartier zijn we ineens tussen de groep terechtgekomen, dat wordt niet gepikt, de twee grootste blazen vervaarlijk naar ons. Wij laten ze verder met rust.
We maken aansluitend een lange 2,5 uur durende wandeling door het woud, maar het wordt echt heel erg warm, 35 graden is niet niets bij zo'n hoge luchtvochtigheid en dat in de schaduw van de bomen. Het zweet gutst van onze lijven. We komen voor de lunch in een andere lodge aan. El Capitan heeft de boot omgevaren en wacht met de lunch.
De hike door de jungle is mooi en spannend. Nu weet ik eindelijk een beetje hoe oerwoud voelt en wat het feitelijk is. Freida, de kok loopt voorop om met een stokje giftige spinnen, die hun web over het pad gespannen hebben, opzij te zetten. Het zijn er heel wat! Weer twee nieuwe apensoorten gezien. Schildpadden zonnen in rijtjes op boomstammen in het water, precies zoals the operahouse in Sydney. Vogels die op de steilranden van de rivier de klei opeten als tegengif van de planten die ze eten.
's Avonds spotten we een tarantula voor de eettent! We kunnen 'm rustig bekijken aangezien hij het druk heeft met het verorberen van een kakkerlak. Die nacht let ik nog beter op tijdens mijn nachtelijke hike naar het toilet.
dag 5: Terug naar Boka Manu.
Onze boot zal ons wel terug brengen naar Boka Manu. Vlak voor Boka Manu moeten wij ons afmelden bij het rangerstation. Keti regelt daar nog een aardige wandeling waarbij een ranger mee gaat. Omdat het de laatste dagen gewaaid heeft zal het pad hier en daar schoongekapt moet worden. Hij loopt met een forse manchetta voorop. Zo'n gids hoort elk geluid en weet dus best nog wat vogels en aapjes in beeld te krijgen.
In Boka Manu stelt Keti voor om om 4 uur nog een wandeling te maken. Tegen die tijd denken wij daar anders over, immers hier rond het dorp is toch niet echt een jungle en we hebben ontdekt dat het winkeltje literflessen gekoeld(!) bier verkoopt. uiteindelijk zitten we met zijn allen voor de winkel. ook verschillende mensen die we eerder op onze tocht tegengekomen zijn. Señora, por favor una servesa mas!
Frieda is een geweldige kokkin. Ze tovert iedere dag opnieuw een ander menu op tafel. 's morgens krijgen we een gebakken eitje, een pannenkoekje of een fruitsalade bij het brood. Tussen de middag krijgen we een soort lunchbox vol pasta of rijst met kip en groenten. Altijd lekker, ook al is het koud. Wij vinden, dat ze een Michellinster voor koken in de jungle verdient. En dat op een meegesjouwde gasfles en bij het licht van een kaarsje en haar hoofdlampje. En ook nog eens in alle vroegte, want als wij om vijf uur ontbijten, dan moet zij om vier uur haar bed al uit.
dag 6: Terug naar Shintuya.
We hebben 10 uur vaartocht voor de boeg, We bezoeken onderweg een primitief inheems dorp, indrukwekkend. De mensen hebben hier pas geleden per hut een sanitairgebouwtje gekregen met kraan, douche en toilet. Toch wassen veel mensen zich volgens Keti nog steeds liever in de rivier. Moeders liggen samen met hun kinderen te slapen op de veranda voor hun hut. Te heet om iets te doen. er is een schooltje maar daar zijn geen kinderen, want de onderwijzeres uit Cusco bezoekt het dorp maar af en toe.
Onderweg stoppen we om hier en daar boodschappen voor anderen te lossen of meegenomen inlanders uit te laten stappen. Zelf stappen we nog ergens uit voor een steil wandelingetje van een half uur naar een kleine waterval om wat te zwemmen. Vlak voor de boot kunnen we ook nog even in een hot spring.
Uiteindelijk komen we precies op tijd voor het donker aan, maar we moeten door de modder en de rivier nog een heel stuk klauteren naar de lodge. Daar treffen we de groep die met ons mee terug gaat. deze mensen hebben al drie dagen regen gehad, wat een verschil met onze tropische zon! 's Avonds op de veranda van onze lodge genoten van een spectaculair onweer.
dag 7: een dag in de bus terug
's morgens blijkt dat onze boot verplaatst is omdat de waterstand dat nodig maakt. nu moeten we tot bovenbenendiepte door twee beddingen met stromend water waden. broek en sokken uit. Alsof het om 6 uur nog niet fris genoeg is. De regentijd is kennelijk losgebarsten: het komt met bakken uit de hemel. Het enige "voordeel" is, dat we nu uiteindelijk toch nog onze in Cusco aangeschafte regenponcho's kunnen gebruiken.
Slechts een kwartier varen en dan zijn we terug bij de bus in Shintuya. Inmiddels is het ook weer droog.
De busreis terug is saai. Omdat we een lekke band krijgen, kunnen we ondertussen vooruit wandelen.Niet van de hoofdweg af gaan roept de gids nog, ik weet niet hoe hij dat voor zich ziet, met aan de ene kant een steil berg en aan de andere een afgrond....
We stoppen nog in een gezellig dorp met een drukke markt over de de weg verspreid en heel veel lokalen in klederdrachten.
Om ca. half zeven zijn we weer 'thuis' in ons hostel in Cusco. Terug in de bewoonde wereld.