Puno
We rijden met twee Nederlanders mee in een klein busje naar Puno. De chauffeur stopt zodra wij dat willen en dan zie je toch weer een beetje meer. Tot Chivay reist ook een Engelstalige gids mee en zij vertelt ook nog het eea over de streek, De mirador del condor, dat is de plaats aan de Colca Canyon, waar de condors zich met de termiek omhoog laat voeren, op zoek naar voedsel, laten we aan ons voorbij gaan. Natuurlijk is het leuk om zulke grote roofvogels van dichtbij te zien maar we hebben geen zin om tussen de vele toeristenkraampjes en tientallen toeristen een plekje te zoeken, waarbij ook nog de kans bestaat, dat de condors het juist die dag laten afweten.
De reis naar Puno duurt 8 uur, waarvan 6u pure reistijd. Het landschap is erg mooi. Eerst rijden we weer door berglandschap met terrassen. In een dorpje stoppen we om kennis te maken met een lekkere, friszure cactusvrucht, die aan een cactusblad groeit. De man van het kraam is verbaasd dat we het ook nog lekker vinden en de vrucht wel in yugovorm (gemixt met water en suiker) willen proberen. Het bovenste beetje van het sap gieten we op de grond, op aanwijzing van de gids. Dat is voor PachaMama (moeder aarde). Daarna opnieuw door het natuurreservaat. We stoppen bij een kudde alpaca's. Ze staan vlak bij de weg en hebben schattige snuitjes. Ter versiering en ter verering van PachaMama wordt er rode franje aan hun oren genaaid.
We lunchen in een berg cafetariaatje met lekkere verse broodjes en cocathee. De chauffeur wordt bang van het aankomende onweer en maand ons om in te stappen, jaja eerst nog even naar de baño. Hij kijkt angstig.
Het gebied wordt ruiger, we stijgen, de bergen worden kaler en de lucht wordt ijler. We stappen uit op de pas van boven de 4950m! en happen toch wel een beetje naar adem. De regen transformeert eerst in hagel en later in sneeuw. ook sneeuw langs de kant van de weg, het lijkt wel wintersport!
De eerste blik op Puno aan het Titicacameer is verrassend: het ligt in een soort kom langs een klein deel van het meer, gebouwd tegen de helling. De straatjes vanaf de buitenrand van de stad naar het centrum lopen zeer steil af
We worden netjes voor de deur van het door ons in de Rough Guide uitgezochte hostal afgezet. Het is een leuk familiepensionnetje, vlak bij de Plaza des Armes met schone, nette kamers en een goed bed en daar gaat het om. Over de bedden in Peru hoor je ons trouwens niet klagen: altijd zacht, frisse lakens en voorzien van een enorme stapel dekens.
Iedere stap vereist nogal hijgerige inspannig, we zitten hier ook op 3800m. We zijn aan de diamox geslagen, dat is ter bestrijding van hoogteziekte. Aangezien onze huisarts wat weinig pillen had voorgeschreven, hebben we er bij de apotheek nog een doosje bijgehaald, kan hier allemaal gewoon zonder recept. En we zijn stevig aan de cocathee, is best lekker.
We hebben een goeie lunchroom ontdekt, waar ze lekkere BRUINE GRANEN broodjes hebben, da's genieten na al die broodjes van pizzadeeg. Waar een mens al niet blij mee is. Puno is een prettige stad. Veel bezienswaardigheden zijn er niet maar het is zo ontzettend leuk om naar de mensen hier te kijken en te zien hoe het dagelijkse leven hier verloopt.
De klederdracht van de vrouwen, compleet met bolhoedje, is prachtig. De vrouwen dragen hun zwarte (niemand is hier grijs, hoe kan dat?) lange haren steevast in lange vlechten. Daaraan bungelen ook nog eens een paar lange, zwarte kwasten. Hoef je wel nooit na te denken over je model kapsel, ook een voordeel. Alhoewel de leeftijd van de mensen vaak niet gemakkelijk te schatten is, hebben we toch de indruk, dat de klederdracht vooral door de wat oudere vrouwen gedragen wordt. Daarbij is er ook nog weer een verschil tussen platteland en stad. Scholieren lopen hier in een keurig schooluniform, iedere school heeft z'n eigen kleurencombi. Jongeren dragen moderne kleren, zowat als in Europa. Daarom vermoed ik, dat het met die klederdracht straks gedaan is.
Op onze laatste dag in Puno wilden we een of twee eilanden in het Titicacameer bezoeken. Niet de beroemde drijvende rieteilanden, aangezien die door het toerisme om zeep geholpen zijn. De eilandbewoners voeren er een soort toneelstukje op, Giethoorn in het kwadraat, hoorden we. Het werd ons door anderen afgeraden. Kinderen daar roepen 'give me your money' naar de toeristen, lazen we in het reisboek. Laat maar.